Toelichting WSW-handicap

Versie: 13-08-2022

Afhankelijk van wat er wel of niet op een schip zit en/of welke wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van de standaardversie van een bepaald type boot, wordt de basis-SW van een bepaald schip verlaagd of verhoogd één of meer punten, zoals in de volgende hoofstukken aangegeven.
Er zijn nieuwe benamingen in de ORC gekomen tbv het omschrijven van de zeilmaten bijv. de zeilmaat LPG wordt nu omschreven als HLP. In de SW documentatie is de oude zeilmaat nu tussen haakjes geplaatst.

1. Voorzeilen

Genua

Een genua is een voorzeil waarvan de (LPG) HLP -maat (= loodlijn/afstand tussen schoothoek en voorlijk) ten minste 10% groter is dan de J-maat (= afstand tussen snijpunt voorstag/dek en de mast, horizontaal gemeten). De (LPG) HLP-maat, gedeeld door de J-maat, is bepalend voor het percentage.

We spreken van een Genua I bij een percentage van 130-150%. Voor een Genua II ligt het percentage tussen de 110% en 130%. Een fok is een voorzeil waarvan het percentage 110% of minder is. Voor deze voorzeilen gelden de volgende correctiefactoren:

– Genua I – Genua II – Fok

– Genua 1:      0 punt
– Genua II:   + 0,5 punt
– Fok:           +1 punt

– Oprolbare genua

Een oprolbare genua is een genua die gemaakt is om te reven. Deze zeilen zijn in het algemeen vrij vlak gesneden en meestal voorzien van foam-stroken om bij inrollen een nog zo gunstig mogelijke vorm te behouden. Niet zelden heeft de zeilmaker een aantal markeringen aangebracht om te zien hoever de fok ingerold is. Aan dit soort zaken is een oprolbare genua goed te herkennen.

– Genua bevestigd aan fokrolsysteem

Een genua, bevestigd aan een fokrolsysteem, is niet hetzelfde als een oprolbare genua, zoals hierboven omschreven. Een genua aan een fokrolsysteem is een normaal gesneden genua die onder alle omstandigheden geheel uitgerold of volledig ingerold gevaren wordt.

– Oprolbare genua (rolgenua): +0,5 punt
– Genua bevestigd aan fokrolsysteem: 0 punt

 

2. Grootzeilen

Algemeen

Bij de meeste grootzeilen met een normaal klein topplankje is de breedte van het zeil, gemeten op 3/4 hoogte van het voorlijk, (dit wordt aangeduid als MGU) maximaal 45% van de lengte van het onderlijk (E maat). Hiervoor geldt geen correctie. Wanneer de MGU groter is dan 45% van het onderlijk, is er sprake van een uitgebouwd grootzeil, en geld een correctie van -1 punt.

Squareheadzeilen

Daarnaast zijn duidelijk in opkomst de zogenaamde squareheadzeilen. Dit zijn flink uitgebouwde grootzeilen, waarvan de bovenkant over een grotere lengte vanuit de tophoek horizontaal is naar achteren is uitgebouwd. Aangezien deze zeilen effectiever zijn dan standaard-zeilen, maar ook effectiever dan meer of minder uitgebouwde zeilen, geldt hiervoor een zwaardere handicap.

Wanneer de horizontaal gemeten lengte van de bovenzijde van het grootzeil (aangeduid als HB) hoogstens 10 % van de E maat bedraagt, volgt geen correctie.
Indien de HB (als grote topplank of middels een zeillat) groter is dan 10% van de E maat, is er sprake van een squarehead zeil, en geldt een correctie van -2 punt.

Dus:

– Bij een uitgebouwd grootzeil MGU > 45% van de onderlijk (E) -1 punt
– Bij een squarehead grootzeil HB > 10% van het onderlijk (E) -2 punt

Rolgrootzeil of “stowaway” grootzeil

Een dergelijk zeil wordt compleet in de mast opgerold.

– Rolgrootzeil +1,5 punt

Soorten zeildoek

Voor dacron grootzeilen geldt geen correctie.  Voor laminaat grootzeilen, onafhankelijk van de vraag met wat voor soort vezels deze verstrekt zijn, geldt een verlaging met -1,0 punt.

– Dacron grootzeil  0 punt
– Laminaat grootzeil -1,5 punt

NB De ervaring leert dat enkele zeilers hun laminaatzeilen, die aan één of beide zijden voorzien zijn van een dunne laag dacron (taffeta) en er daarom uitzien als gewone dacron zeilen, niet aanmelden als een laminaatzeil. Dit is ontoelaatbaar en niet sportief.

 

3. Ruim-windse zeilen

 

De laatste jaren is niet alleen het aantal, maar ook de variëteit aan zeilen, die halfwinds, ruimwinds en voor de wind gebruikt kunnen worden, enorm toegenomen. Het meest wordt gebruik gemaakt van de traditionele symmetrische spinnaker, die met behulp van een spinnakerboom (al dan niet uitschuifbaar) gevoerd wordt.Daarnaast zie je steeds meer genakers, al dan niet op een boegspriet gevoerd. En hier en daar zie je zeilen, die het midden houden tussen een traditionele spinnaker, een gennaker of een genua.

– Symmetrische spinnaker tov basis SW handicap -2,5 punt
– Gennaker, Bolle Jan, Blooper, Bolle Truus e.d. bevestigd nabij voorstag – 2,0 punt
(bijv. ankerrol) tov basis SW handicap.
– gennaker bevestigd op boegspriet met max lengte 0,25 J -2,5 punt

4. Code Zero-zeilen

De Code Zero is een kruising tussen een genua en een asymmetrische spinnaker en wordt vooral gebruikt op hogere koersen bij licht weer. Het zeil kenmerkt zich door een middenbreedte van minimaal van 55% van het onderlijk.

– Code Zero bevestigd nabij voorstag (bijv. ankerrol) -1 punt
– Code Zero bevestigd op boegspriet met max. lengte 0,25 J -1,5 punt

5. Mast

Vrijwel alle masten, waarmee SW-wedstrijden gevaren worden, zijn van aluminium. Sommige boten varen met een houten mast en een enkeling heeft een koolstof mast. Aangezien koolstofmasten lichter zijn dan aluminium of houten masten, is het redelijk om deze iets zwaarder te belasten. Tussen wel of niet verjongde masten wordt geen onderscheid gemaakt.

– Aluminium mast: 0 punt
– Houten mast + 1 punt
– Koolstof mast – 1 punt

6. Soorten kiel

Zoveel boten, zoveel kielen. Geen twee kielen zijn gelijk. Voor een vaste, standaard kiel, doorlopend of niet, geldt geen correctie. Voor andere kielen, dus afwijkend van de kielen van een standaard-boot, gelden de volgende correcties:

– Ophaalbare kiel (dus in plaats van een vaste kiel): +1,5 punt
– Vleugelkiel (dus in plaats van een standaard kiel zonder vleugels): +1,5 punt
– Kantelkiel: – 8 punt

Diepgang
Meer diepgang leidt in het algemeen tot beter zeileigenschappen. Vooral aan de wind. Per 5 cm dieper gaat er – 0.3 punt af. Omgekeerd, dus wanneer de kiel ingekort wordt, komt 0,3 punt bij per elke 5 cm.

– Voor elke 5 cm dieper – 0,3 punt/5 cm
– Voor elke 5 cm korter +0,3 punt/5 cm

7. Schroef

Uitgangspunt is een schip met een binnenboord-motor met een vaste 2-blads schroef. Hiervoor geldt geen correctie. Schroeven met beweegbare bladen (bijv. klapschoef, vaanstandschroef, keerbare schroef etc.) leiden tot een iets zwaardere handicap, terwijl vaste schroeven met meer dan twee bladen juist weer leiden tot een iets lichtere handicap. Ook de aanwezigheid van een buitenboordmotor heeft de nodige gevolgen.

– Vaste schroef met meer dan twee bladen: + 1 punt
– Beweegbare schroef: – 2 punt
– Buitenboordmotor ophaalbaar: -2,4 punt
– Buitenboordmotor in bun, niet ophaalbaar: + 2 punt
– Geen motor: – 1 punt

 

8. Boegschroef

Een boegschroef met permanente openingen naar beide kanten maakt een schip door de extra weerstand iets langzamer. Dit geldt niet voor boegschroeven waarvan de openingen zodanig afgesloten worden, dat een glad onderwaterschip ontstaat.

– Open boegschroef: +1,5 punt

9. Waterballast

Enkele schepen zijn uitgerust met waterballast-tanks om het schip een betere aan de windse stabiliteit te geven. Het water is verpompbaar van de ene naar de andere tank.

– Waterballast-tanks:  – 3 punt

 

10. Solo-zeilen

Als het schip solo wordt gevaren in een wedstrijd, waarin ook bemande schepen varen, dan wordt geadviseerd de handicap iets te verhogen.

– Solo-zeilen: +2 punt

Scroll naar boven