Waarschepen

Type omschrijving van Waarschepen in grote lijnen door de tijd

Fred Licht

Willem J. Akkerman en Klaas T. Kremer hebben oorspronkelijk in 1963 de jachtwerf Waarschip gesticht. Beiden kwamen van het ontwerpbureau E.G. van de Stadt en hebben daar veel teken- en ontwerpervaring opgedaan. Voor vele bekende Nederlandse jachtontwerpers was dat bureau de bakermat (o.a. Koos de Ridder en Dick Zaal).

De Waarschepen-basis ontstond feitelijk door een gelukkige samenloop van omstandigheden. Naast compagnons en goede vrienden waren beide ook begaafde ontwerpers, enthousiaste zeilers en vakbekwame timmerlieden. Een succesformule. De één duidelijk een stylist en tekenaar (Akkerman) en de ander meer een ontwerper/constructeur (Kremer, ir. scheepsbouw Delft). Jaren na de breuk tussen Akkerman en Kremer is Akkerman zelfs weer teruggekeerd op dat v.d. Stadt-nest. Beiden hebben in het jaar 2000 het leven gelaten.

 

Waarschepen: de eerste 10 jaar

In de beginfase waren de herkenbare lijnen vooral afkomstig van de meer kunstzinnige Willem Akkerman. Sierlijke lijnen van boeg en zeeg, goed herkenbaar op zijaanzichten van de 600, de 710, de 725 (kwarttonner) en de daar veel op lijkende grotere 870 (halftonner).

In deze modellen waren de nodige variaties. De 600 kreeg een RORC zusje de 600 SV. Peter van der Schaaf bracht later een innovatief snelheidsmonstertje op het water, afgeleid van de 600, de “Woody Woodpecker”. Eenstemeer een teken hoe goed het rompontwerp was, midden jaren ‘60!!

De kwarttonner is van deze serie veruit de meest succesvolle geworden. Feitelijk is de 725 een uitontwikkeling van de 710 uit 1966, waarvan er omstreeks 1969 al een 125 van waren gebouwd. Ze was al succesvol in RORC races (toentertijd klasse IV), maar toen de “ton” series in zwang kwamen bij de RORC, werd een aanpassing nodig. Dat resulteerde in de zeer succesvolle kwarttonner.

Zeer aansprekende resultaten met Klaas Kremer aan het roer.
Tweede in de Quarter Ton Cup van 1969 (IOR klasse V) en eerste in de Cowes Week van 1971. “Ze treinde aan de wind en vloog voor de wind”. En nog steeds zijn de kwarttonner’s in de top van wedstrijden te vinden o.a. 24-uurs. Laatst nog Harris Visser met 139,9 mijl geklokt! Ikzelf ooit 138,5 met de vorige Siddhartha.

Van de 725 zijn verschillende uitvoeringen bekend, onder andere de wedstrijdversie met lage opbouw en verder 3 kielvariaties; 100 en 125 cm in bulbuitvoering en 150 in de IOR uitvoering.

De grotere halftonner was in wedstrijden minder succesvol, maar werd toen niet door Klaas Kremer zelf gezeild. Niettemin blijkt dit type ook nu zeer goed uit de voeten te kunnen. Aansprekende lange tochten (IJsland, Driehoek Noordzee, CAMR) en 24-uurs. De huidige Siddhartha nog in de top van de 24-uurs.

Het voordeel van de halftonner is gelegen in haar veel groter comfort. Wel stahoogte en gescheiden voorpiek met toilet en kastruimte daar. Voor haar tijd was ze met haar 3 meter zeer breed. Tegenwoordig vind men dat vrij normaal. De wat smallere kontjes van deze “tonners” waren overblijfselen uit de RORC/IOR tijd. Bredere achterschepen vielen zwaarder uit in de rating. Het blijkt dat de eerste tien halftonners onder-achter bij de kiel in het vlak iets meer V-vormig waren. De bodemplaat werd dusdanig getordeerd dat het moeilijkheden gaf bij de bouw ervan. De latere zijn iets minder gebogen, maar bleken een fractie in snelheid langzamer uit te vallen.

Na deze serie van typen, gekenmerkt door vloeiende harmonische lijnen van Akkerman, kwamen de strakkere modellen welke duidelijk de signatuur hadden van Klaas Kremer. Beginnende met de 570, de Minitonner. Steilere stevens, minder gangen en bredere achterschepen. De ambities van Kremer kregen sterker vorm.

600 (1963)/ 600SV–710 (1967) –725 (1/4 ton) (1968) — 870 (1/2ton) (1972)

570–660–(730)–740–740 Ocean–900

1010(1982)–1076–1220–36LD(1987)–28LD(1992)

W-725-740-28LDFjLwb